Diafragma en sluitertijd

Diafragma en sluitertijd

Diafragma en sluitertijd werken samen. Zo leidt een kleiner diafragma (groot diafragma-getal) tot een langere sluitertijd.

Diafragma

Keuze A of Av (van Aperture) op camera.

Met behulp van je diafragma bepaal je de scherptediepte van je foto. Diafragma wordt uitgedrukt in een f-getal, dat correspondeert met de opening van de lens. Grootste opening is F/1.4; Kleinste opening is F/22.

In de lens zitten lamellen met in het midden de opening:

Het volgende geldt:

  • laag f-getal (bijv. f 5.6) = grote lensopening = weinig scherptediepte
  • hoog f-getal (bijv. f 22) = kleine lensopening = veel scherptediepte

Meest optimale diafragma is f8 of f10. De scherptediepte wordt dan als optimaal beschouwd.

Enkele voorbeelden:

Sluitertijd

Keuze S (of Tv) op de camera.

Bij sportfoto’s wordt vaak op sluitertijd-voorkeuze gefotografeerd. Het gaat dan veelal om de bevriezing van de beweging (korte sluitertijd) of juist de beweging in de foto vastleggen (lagere sluitertijd). Een sluitertijd van 1/60ste of korter levert bij uit de hand fotograferen nog een scherpe foto.

Panning: camera meetrekken met het bewegende object. Zet dan de autofocus aan op spotmeting: dan krijg je een scherpe foto.

 

Wil je meer weten? http://www.digitalefotografietips.nl/basiscursus/sluitertijd/